US Army Torture Devices
20080114182431
Jonas Staal Vincent W.J. van Gerven Oei

usarmy01_500

 

usarmy02_500<

 

usarmy03_500

usarmy04_500<

usarmy05_500

usarmy06_500

 

 

usarmy07_500

usarmy08_500

 

The exhibition US Army Torture Devices comprises a presentation of an interrogation booth, similar to the ones found in detention centres such as Guantánamo Bay, Cuba: equipped with a sound installation and a strobo- scope. This type of booth has been used by the 'Coalition of the Willing', in casu the United Stated Army, to illegally torture 'enemy combattants'

 

The first report of the use of music as a torture device or weapon by the USA has been during the Panama war in 1989. Next to the psychological terror that is caused by the constant submission to loud music: sleep deprivation, hallucination, etc., it is, within a rigid interpretation of the Qu'ran, not al- lowed to listen to any music whatsoever. In that sense, prisoners, mainly muslims, in Guantánamo Bay and other places are forced to commit an 'aggressive act of passivity', namely to submit themselves to something that is illegitimate withing their interpretation of the islam. These methods of torture are actually already forbidden by the European Court of Human Rights since 1977.

 

It is typical that the tools used in these 'no-touch torture' procedures in order to deprive prisoners of sleep, cause disorientation, etc. are at the same time typical export products of a democratic country: (noise) music and electric lighting. Products that the USA wish to export to countries such as Iraq and Afghanistan, after peace has been finally established. Products of democracy that are employed against the 'enemies of democracy', against the 'Axis of Evil'. Because these products are employed outside the demo- cratic context - in a detention camp, where prisoners are factually without rights, outside the Geneva convention, "those who were missed by the bombs" - their meaning is immediately reversed: from positive, liberating rock music, the symbol of freedom within western society, to a terrorizing force, unleashed at prisoners with no rights whatsoever.

 

The iconic elements of democracy presented in the exhibition US Army Torture Devices: liberating rock music, disco lighting, acquire a new, con- strained meaning. On one side, when recognized and acknowledged as a 'torture room', the space produces a claustrophobic effect. On the other side, even when a visitor is confronted with the context from which the exhibition has emerged, the space fits extremely well to the decadence of urban uitgaanscultuur (lit. going-out culture). In that sense it can be seen as a perverse design for urban culture.

 

As the exhibition's opening hours are completely adapted to the Amster- dam uitgaanscultuur, generally taking place between 10 pm and 4 am, it can — without any critical reflection — be experienced as a typical product of urban night culture, in which heavily loaded (photographic) images, such as tortured individuals in Abu Ghraib, or jumping people from the Twin Towers (the latter images used to confront Abu Graib prisoners with the 'terror' executed by Al-Qa'ida), become aesthetically pleasing features; the stage for an increasingly grotesque, nihilistic and globalized culture.

 

Antwoorden op kamervragen P.v.d.D. naar aanleiding van "SAVE THE MALES" performance
20071118175117
TINKEBELL.

savethemales_500

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen die gesteld zijn door het lid Thieme (PvdD) over de bevoegdheid om dieren te doden.

1
Kent u het bericht ‘Kuikens in de shredder als actie: kunstenares opgepakt’?

Ja.

2, 4, 5 en 7
Kunt u aangeven wie er in Nederland bevoegd zijn om dieren te doden, aan welke criteria zij moeten voldoen en welke eisen er worden gesteld op het gebied van kennis en vaardigheden?
Kunt u aangeven onder welke voorwaarden de bevoegdheid om dieren te doden wordt overgedragen door autoriteiten en hoe er wordt toegezien op het naleven van deze voorwaarden?
Kunt u aangeven op welke manier er wordt toegezien dat dieren uitsluitend door daartoe bevoegde instanties worden gedood, op welke wijze en in welke mate het toezicht op de naleving hiervan prioriteit heeft en welke sancties er staan op het onrechtmatig doden van dieren?
Kunt u aangeven onder welke omstandigheden mensen dieren mogen doden, waar zij zelf verantwoordelijk voor zijn, hoe hier op toegezien wordt, welke bewijslast nodig is om over te gaan tot vervolging in gevallen waarin mensen hun eigen dieren doden zonder daartoe bevoegd te zijn en welke strafmaat hierbij gebruikelijk is?

In het Besluit doden van dieren is vastgelegd aan welke voorwaarden het doden van gehouden dieren moet voldoen. De algemene eisen staan vermeld in met name de artikelen 3, 4 en 5. De VWA houdt toezicht op het Besluit Doden van dieren in slachthuizen. De AID is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de regels buiten het slachthuis.

3 en 10
Kunt u aangeven welke instanties er volgens artikel 16 van het Besluit doden van dieren en bijlage G van de richtlijn 93/119/EG vallen onder de bevoegde centrale autoriteiten van een lidstaat en de autoriteiten waaraan zij deze bevoegdheid hebben overgedragen? Kunt u aangeven welke instanties dat in Nederland zijn?
Kunt u aangeven wie er in deze verantwoordelijk is voor het bepalen of een dodingsmethode wel of niet is toegestaan en op welk moment dit wordt bepaald?

De minister van LNV is in Nederland de bevoegde autoriteit op grond van bijlage G van de richtlijn 93/199/EG en kan het gebruik toestaan van andere, wetenschappelijk erkende methoden.

6
Kunt u aangeven op welke manier er bij veehouderijen, waaronder broederijen, wordt toegezien dat dieren uitsluitend door daartoe bevoegde personen worden gedood, op welke wijze en in welke mate het toezicht op de naleving hiervan prioriteit heeft en welke sancties er staan op het onrechtmatig doden van deze dieren?

Het toezicht op het primaire bedrijf is toebedeeld aan de AID. Handelen in strijd met het Besluit doden van dieren is een economisch delict op grond van de Wet op de economische delicten.

8
Kunt u aangeven in hoeveel gevallen van het onrechtmatig doden van dieren er in het afgelopen jaar overgegaan is tot vervolging en wat de straffen hierbij zijn geweest?

De VWA heeft vanaf medio 2006 zes vermoedelijke overtredingen gemeld bij de AID. Geen van deze zes overtredingen hebben geleid tot een proces-verbaal.
Vanaf 2006 zijn er ruim 40 controles uitgevoerd op primaire bedrijven. Er zijn hierbij acht overtredingen geconstateerd, maar deze betroffen het ritueel slachten buiten een door de minister erkende slachtplaats. Het betrof geen overtredingen van de welzijnseisen uit het Besluit doden van dieren.

9
Kunt u toelichten welke voorwaarden worden gesteld aan de in de Richtlijn 93/119/EG genoemde overige methoden voor het doden van kuikens en embryo’s die worden toegestaan, naast de in punt I-1 en I-2 van bijlage G genoemde methoden?

Door het opnemen van artikel III.2 in bijlage G is de mogelijkheid gecreëerd dat de bevoegde autoriteit in een lidstaat ook een bepaalde dodingsmethode kan gaan toestaan die niet vermeld is in de bijlage, maar wel voldoet aan de in de Richtlijn gestelde voorwaarden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

Article - NRC Handelsblad (November 16, 2007)
20071119095805
Jonas Staal Vincent W.J. van Gerven Oei

nrc161107thumb_500

Exhibition - EMPATHY™ Intervention #2: Plastering of the Dutch Constitution (Art. 1)
20071012083315
Jonas Staal Vincent W.J. van Gerven Oei

 

 

 


Exhibition at Post Dordt / CBK Dordrecht, Dordrecht.
September 3 - October 13, 2007

Article - NRC Handelsblad (August 28, 2007)
20070901083341
Vincent W.J. van Gerven Oei

nrc280807thumb_500

EMPATHY™ Intervention #2: Plastering of the Dutch Constitution (Art. 1) (August 24, 2007)
20071012082929
Jonas Staal Vincent W.J. van Gerven Oei

flyergrondwet_500_01

 

image1klein_500

 

image2klein_500

 

Het markeren van de tegenstelling binnen het fundament onder het Nederlandse rechtsysteem door enerzijds met het Artikel 1 mee te schrijven (door deze te volgen) en anderzijds de onmogelijkheid van een consequente doorvoering van die wet (door het provisorisch en tijdelijk dichtplamuren van de tekst) te duiden.

meer... (PDF)

 

PERSBERICHT
De performance van "EMPATHY(tm) Intervention #2: Plastering the Dutch
Constitution (Art.1)" werd vandaag om 11 uur op de Hofplaats te Den
Haag door beeldend kunstenaar en mede-oprichter van het EMPATHY(tm)
team Vincent W.J. van Gerven Oei uitgevoerd

De performance bestond uit het dichtplamuren van de tekst van Artikel
1 van de Grondwet die gefreesd is in het monument voor de Grondwet
(ook wel de Zitbank) op de Hofplaats, van de hand van architect Pi
de Bruijn. In het pamflet dat de performance begeleidt staat de
performance als volgt omschreven:

"Het markeren van de tegenstelling binnen het fundament onder het
Nederlandse rechtsysteem door enerzijds met het Artikel 1 mee te
schrijven (door deze te volgen) en anderzijds de onmogelijkheid van
een consequente doorvoering van die wet (door het provisorisch en
tijdelijk dichtplamuren van de tekst) te duiden."

EMPATHY(tm) voerde eerder de performance "EMPATHY(tm) Intervention #1:
Fight for Public Space!" waarbij een tentoonstelling van
verschillende foto's van de hand Marco Eschler werd geclaimd als de
visualisatie van de 'markt rond empathie'. De documentatie van
"EMPATHY(tm) Intervention #2: Plastering the Dutch Constitution (Art.
1)" zal vanaf 7 september worden gepresenteerd tijdens de
tentoonstelling 'Post Dordt' in het CBK Rotterdam.
 

Article - Volkskrant (August 3, 2007)
20070901082711
Vincent W.J. van Gerven Oei

vkpamflet030807thumb_500

Kamervragen P.v.d.D. naar aanleiding van "SAVE THE MALES" performance
20070807203532
TINKEBELL.

savethemales_500
04-07-2007
Kamervragen aan de minister van LNV over de bevoegdheid om dieren te doden

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de bevoegdheid om dieren te doden

1. Kent u het bericht ‘Kuikens in de shredder als actie: kunstenares opgepakt’ (1)?

2. Kunt u aangeven wie er in Nederland bevoegd zijn om dieren te doden, aan welke criteria zij moeten voldoen en welke eisen er worden gesteld op het gebied van kennis en vaardigheden?

3. Kunt u aangeven welke instanties er volgens artikel 16 van het Besluit doden van dieren en bijlage G van de richtlijn 93/119/EG vallen onder de bevoegde centrale autoriteiten van een lidstaat en de autoriteiten waaraan zij deze bevoegdheid hebben overgedragen? Kunt u aangeven welke instanties dat in Nederland zijn?

4. Kunt u aangeven onder welke voorwaarden de bevoegdheid om dieren te mogen doden wordt overgedragen door autoriteiten en hoe er wordt toegezien op het naleven van deze voorwaarden?

5. Kunt u aangeven op welke manier er wordt toegezien dat dieren uitsluitend door daartoe bevoegde instanties worden gedood, op welke wijze en in welke mate het toezicht op de naleving hiervan prioriteit heeft en welke sancties er staan op het onrechtmatig doden van dieren?

6. Kunt u aangeven op welke manier er bij veehouderijen, waaronder broederijen, wordt toegezien dat dieren uitsluitend door daartoe bevoegde personen worden gedood, op welke wijze en in welke mate het toezicht op de naleving hiervan prioriteit heeft en welke sancties er staan op het onrechtmatig doden van deze dieren?

7. Kunt u aangeven onder welke omstandigheden mensen dieren mogen doden waar zij zelf verantwoordelijk voor zijn, hoe hier op toegezien wordt, welke bewijslast nodig is om over te gaan tot vervolging in gevallen waarin mensen hun eigen dieren doden zonder daartoe bevoegd te zijn en welke strafmaat hierbij gebruikelijk is?

8. Kunt u aangeven in hoeveel gevallen van het onrechtmatig doden van dieren er in het afgelopen jaar overgegaan is tot vervolging en wat de straffen hierbij zijn geweest?

9. Kunt u toelichten welke voorwaarden worden gesteld aan de in de Richtlijn 93/119/EG genoemde overige methoden voor het doden van kuikens en embryo’s die worden toegestaan, naast de in punt I-1 en I-2 van bijlage G genoemde methoden?

10. Kunt u aangeven wie er in deze verantwoordelijk is voor het bepalen of een dodingsmethode wel of niet is toegestaan en op welk moment dit wordt bepaald?

(1) Leidsch Dagblad, 4 juli 2007

more info

[ 1 ] [ 2 ] [ 3 ] [ 4 ]