Chicago, IL – Project space InCUBATE (Institute for Understanding Between Art and The Everyday), located in Chicago, presents a series of exhibitions, performances and lectures by three Dutch artists, Vincent W.J van Gerven Oei, Katinka Simonse and Jonas Staal. Together they form the artgroup EMPATHY.
EMPATHY focuses on the ‘market surrounding empathy’. They analyse the use of empathy as one of the most important products in today’s exchange of goods, taking place on both the level of commodity and morality of consumption. By their use of public interventions, pamphlets, exhibitions and lectures, the group became known by a growing audience in The Netherlands. Exhibitions and symposiums like the ‘US Army Torture Devices’ (Masters Gallery, Amsterdam - 2007) and ‘Al-Qa’ida Torture Devices’ (Roodkapje Gallery, Rotterdam - 2007) by Van Gerven Oei and Staal, opened up discussion on a broader scale on the ‘export of democracy’ and the involvement of the Dutch government in this practice. The diptych provided an analysis of different social/economical phenomena within democracy that can be recontextualized as torturing methods, both in Guantánamo Bay and Iraq. Other known events, such as the ‘Save the Pets I’ (Platform 21 Gallery, Amsterdam - 2007) and ‘Save the Pets II’ (Masters Gallery, Amsterdam - 2008), happenings by Simonse, directly confronted audiences with the mass killing of male chicks and the excesses of the pet entertainment industry, among others by presenting one hundred hamsters running around the exhibition space in neon coloured plastic balls.
During the month of April, EMPATHY has implemented its public practices in the city of Chicago, continuing their investigation which clearly balances on the edge of artistic and theoretical practice, and the use of strategies rooted in politics and activism.
In the public performance ‘Her name is Sarah’ by Katinka Simonse, the artist-designer takes a dead dog dressed in pink clothing named Sarah for a walk in downtown Chicago. When asked what she is doing while dragging the animal over the streets, she consequently answers by saying ‘Her name is Sarah’.
The performance undoubtably refers to the meaning of the animal within upper (middle) circles, in which much more then a living being, the animal is used as a commodity article: as part of an individuals carefully build image and ego, rather then being acknowledged as a being with own needs and characteristics. The oblivious character of the ‘answer’ that she provides her public with in this work, relates to the detached, fully commercially appropriated significance of animals in our present society.
Simonse performs by her alter-ego ‘TINKEBELL.’, a lady completely dressed in pink, referring to a completely innocent, sweet, naive girl, inflicting these symbols of friendlyness with acts of a violent nature. It is not only the performance itself that generates a reaction of shock, but especially the lines of text spoken by her alter ego 'TINKEBELL., for not only is the act of walking a dead dressed dog shamelessly executed, within the act itself, this is above all not acknowledged as such.
At the manifestation VERSION08 / Dark Matter, Simonse will present Sarah within an appropriate living room setting featuring the documentation video of the performance ‘Her name is Sarah’.
In the installation, intervention and lecture series ‘The Barack Obama Project’ by Vincent van Gerven Oei and Jonas Staal, the artists investigate the role of photograpic representation within the Democratic race for the presidential candidature. The political dimension of the photographic representation has become poignant in the candidates’ efforts to obtain the nominations from their party, generating excesses like the controversy concerning the print of a photo of Obama by Clinton’s campaign, presumably showing him ‘more black’ then he actually is.
These issues raise fundamental questions on the standards maintained in the discussion on race and its representation in a mediated environment. The ten-step gray scale that was standardized during the early stages of black and white photography for example, was based on pure light and pure darkness at both ends of the scale and the the color of a white male’s palm as the ‘neutral’ centre point. Since all photographic technology that has been developed since was based on this practical, apparently scientifically ordened scale, it is would be theoretically impossible to create a representative photograph of a black man. Thus, even on the most fundamental level, photography as a technique is not neutral.
At the VERSION08 / Dark Matter art manifestation, Van Gerven Oei en Staal elaborate on these issues presenting the first stage of their investigation, entitled ‘The Barack Obama Project / A More Perfect Union – Study’: A video with one thousand continuously merging skin fragments taken from photographs of Obama, buttons showing the Obama campaign logo placed on 250 skin fragment buttons of Obama and a light box presentation, accompagnied by the soundtrack of Obama’s ‘A More Perfect Union’ speech, form the basis of the different actions planned, among which an intervention in the Obama volunteering headquarters in Chicago.
Van Gerven Oei and Staal raise a disturbing question that has to be faced in the current discussion surrounding the ‘race-issue’: even though Obama is literally represented in a grand variety of differentiated aspects, still a choice has been made, a choice to pick one thousand apparently random photographs, a choice to pick a apparently random square selection of the photograph, a choice to compose, organize the selection in an apparently random composition. It is this choice that, in itself, can not be included in any 'objective' representation. A comparable choice is presented in a recent remark that was noted from an Obama event coordinator, organising the audience behind the main speaker, Obama's wife, saying: "Get me more white people, we need more white people", in order to balance the amount of African-Americans in the audience. The representation of unity, in this respect, entails including, excluding, adding or substracting individuals according to the same characteristics that have to be canceled out in the main picture.
25-01-2008
Wrede omgang met dieren geen kunst maar mishandeling!
Honderd hamsters laten rondtollen in een galerie als `artistiek’ statement, het merendeel van de Nederlanders vindt het pure dierenmishandeling. Het Comité Dierennoodhulp heeft aangifte gedaan tegen het kunstproject van de zogenaamde kunstenares Tinkebell en de stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) heeft de hamsters op 24 januari in beslag genomen. De Partij voor de Dieren wil dat de minister maatregelen treft om dergelijk misbruik van dieren als kunstuiting in de toekomst tegen te gaan en heeft Kamervragen gesteld.
Met haar hamsterkunstproject, waarbij hamsters urenlang opgesloten worden in gekleurde kunststofballen zonder toegang tot water of voedsel, heeft Tinkebell zich veel kritiek op de hals gehaald. Dit project maakt pijnlijk duidelijk dat de huidige beschermingswet voor dieren, de Gezondheid- en welzijnswet voor Dieren (GWWD), nog niet voldoende handvaten biedt om paal en perk te stellen aan het martelen van dieren als kunstuiting.
De Partij voor de Dieren heeft al twee maal eerder Kamervragen gesteld naar aanleiding van dieronvriendelijke kunstprojecten, waarbij levende kippen en een stervend schaap het onderwerp waren. De minister antwoordde in beide gevallen dat de huidige wetgeving en het huidige beleid voldoende waren om schending van dierenwelzijn te kunnen voorkomen. Het is te hopen dat de minister bereid is verdere maatregelen te treffen voordat Tinkebell en andere dierenmartelaars opnieuw een `artistieke’ ingeving krijgen.
Een uur geleden is een inval gedaan in Galerie Masters, Amsterdam,
alwaar de tentoonstelling SAVE THE PETS (1) van Katinka Simonse, alias
TINKEBELL. werd tentoongesteld. De tentoonstelling, waarbij onder
andere hamsters in gekleurde speelballen te zien waren, was de laatste
dagen uitgebreid in het nieuws, onder andere via uitzendingen van De
Wereld Draait Door, AT5, posts op GeenStijl en een artikel in de
Volkskrant van de hand van kunstredacteur Rutger Pontzen.
De inval werd naar verluid gepleegd door de Dierenbescherming tezamen
met de politie, maar na navraag bij de politie door verschillende
media bleek dat die niet op de hoogte was. Het is daarom
waarschijnlijk dat het om een actie opgezet door dierenactivisten
gaat. Dit vermoeden wordt bevestigd door berichtgeving op diverse
dierenactivistische fora die over de tentoonstelling van TINKEBELL.
circuleerde.





Geachte Voorzitter,
Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen die gesteld zijn door het lid Thieme (PvdD) over de bevoegdheid om dieren te doden.
1
Kent u het bericht ‘Kuikens in de shredder als actie: kunstenares opgepakt’?
Ja.
2, 4, 5 en 7
Kunt u aangeven wie er in Nederland bevoegd zijn om dieren te doden, aan welke criteria zij moeten voldoen en welke eisen er worden gesteld op het gebied van kennis en vaardigheden?
Kunt u aangeven onder welke voorwaarden de bevoegdheid om dieren te doden wordt overgedragen door autoriteiten en hoe er wordt toegezien op het naleven van deze voorwaarden?
Kunt u aangeven op welke manier er wordt toegezien dat dieren uitsluitend door daartoe bevoegde instanties worden gedood, op welke wijze en in welke mate het toezicht op de naleving hiervan prioriteit heeft en welke sancties er staan op het onrechtmatig doden van dieren?
Kunt u aangeven onder welke omstandigheden mensen dieren mogen doden, waar zij zelf verantwoordelijk voor zijn, hoe hier op toegezien wordt, welke bewijslast nodig is om over te gaan tot vervolging in gevallen waarin mensen hun eigen dieren doden zonder daartoe bevoegd te zijn en welke strafmaat hierbij gebruikelijk is?
In het Besluit doden van dieren is vastgelegd aan welke voorwaarden het doden van gehouden dieren moet voldoen. De algemene eisen staan vermeld in met name de artikelen 3, 4 en 5. De VWA houdt toezicht op het Besluit Doden van dieren in slachthuizen. De AID is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de regels buiten het slachthuis.
3 en 10
Kunt u aangeven welke instanties er volgens artikel 16 van het Besluit doden van dieren en bijlage G van de richtlijn 93/119/EG vallen onder de bevoegde centrale autoriteiten van een lidstaat en de autoriteiten waaraan zij deze bevoegdheid hebben overgedragen? Kunt u aangeven welke instanties dat in Nederland zijn?
Kunt u aangeven wie er in deze verantwoordelijk is voor het bepalen of een dodingsmethode wel of niet is toegestaan en op welk moment dit wordt bepaald?
De minister van LNV is in Nederland de bevoegde autoriteit op grond van bijlage G van de richtlijn 93/199/EG en kan het gebruik toestaan van andere, wetenschappelijk erkende methoden.
6
Kunt u aangeven op welke manier er bij veehouderijen, waaronder broederijen, wordt toegezien dat dieren uitsluitend door daartoe bevoegde personen worden gedood, op welke wijze en in welke mate het toezicht op de naleving hiervan prioriteit heeft en welke sancties er staan op het onrechtmatig doden van deze dieren?
Het toezicht op het primaire bedrijf is toebedeeld aan de AID. Handelen in strijd met het Besluit doden van dieren is een economisch delict op grond van de Wet op de economische delicten.
8
Kunt u aangeven in hoeveel gevallen van het onrechtmatig doden van dieren er in het afgelopen jaar overgegaan is tot vervolging en wat de straffen hierbij zijn geweest?
De VWA heeft vanaf medio 2006 zes vermoedelijke overtredingen gemeld bij de AID. Geen van deze zes overtredingen hebben geleid tot een proces-verbaal.
Vanaf 2006 zijn er ruim 40 controles uitgevoerd op primaire bedrijven. Er zijn hierbij acht overtredingen geconstateerd, maar deze betroffen het ritueel slachten buiten een door de minister erkende slachtplaats. Het betrof geen overtredingen van de welzijnseisen uit het Besluit doden van dieren.
9
Kunt u toelichten welke voorwaarden worden gesteld aan de in de Richtlijn 93/119/EG genoemde overige methoden voor het doden van kuikens en embryo’s die worden toegestaan, naast de in punt I-1 en I-2 van bijlage G genoemde methoden?
Door het opnemen van artikel III.2 in bijlage G is de mogelijkheid gecreëerd dat de bevoegde autoriteit in een lidstaat ook een bepaalde dodingsmethode kan gaan toestaan die niet vermeld is in de bijlage, maar wel voldoet aan de in de Richtlijn gestelde voorwaarden.
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,
G. Verburg

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de bevoegdheid om dieren te doden
1. Kent u het bericht ‘Kuikens in de shredder als actie: kunstenares opgepakt’ (1)?
2. Kunt u aangeven wie er in Nederland bevoegd zijn om dieren te doden, aan welke criteria zij moeten voldoen en welke eisen er worden gesteld op het gebied van kennis en vaardigheden?
3. Kunt u aangeven welke instanties er volgens artikel 16 van het Besluit doden van dieren en bijlage G van de richtlijn 93/119/EG vallen onder de bevoegde centrale autoriteiten van een lidstaat en de autoriteiten waaraan zij deze bevoegdheid hebben overgedragen? Kunt u aangeven welke instanties dat in Nederland zijn?
4. Kunt u aangeven onder welke voorwaarden de bevoegdheid om dieren te mogen doden wordt overgedragen door autoriteiten en hoe er wordt toegezien op het naleven van deze voorwaarden?
5. Kunt u aangeven op welke manier er wordt toegezien dat dieren uitsluitend door daartoe bevoegde instanties worden gedood, op welke wijze en in welke mate het toezicht op de naleving hiervan prioriteit heeft en welke sancties er staan op het onrechtmatig doden van dieren?
6. Kunt u aangeven op welke manier er bij veehouderijen, waaronder broederijen, wordt toegezien dat dieren uitsluitend door daartoe bevoegde personen worden gedood, op welke wijze en in welke mate het toezicht op de naleving hiervan prioriteit heeft en welke sancties er staan op het onrechtmatig doden van deze dieren?
7. Kunt u aangeven onder welke omstandigheden mensen dieren mogen doden waar zij zelf verantwoordelijk voor zijn, hoe hier op toegezien wordt, welke bewijslast nodig is om over te gaan tot vervolging in gevallen waarin mensen hun eigen dieren doden zonder daartoe bevoegd te zijn en welke strafmaat hierbij gebruikelijk is?
8. Kunt u aangeven in hoeveel gevallen van het onrechtmatig doden van dieren er in het afgelopen jaar overgegaan is tot vervolging en wat de straffen hierbij zijn geweest?
9. Kunt u toelichten welke voorwaarden worden gesteld aan de in de Richtlijn 93/119/EG genoemde overige methoden voor het doden van kuikens en embryo’s die worden toegestaan, naast de in punt I-1 en I-2 van bijlage G genoemde methoden?
10. Kunt u aangeven wie er in deze verantwoordelijk is voor het bepalen of een dodingsmethode wel of niet is toegestaan en op welk moment dit wordt bepaald?
(1) Leidsch Dagblad, 4 juli 2007
[ 1 ] [ 2 ]








